Ethische Code

E.C.C.O. is de Europese Confederatie van Conservatoren/Restauratoren Organisaties oftewel de overkoepelende Europese Conservatoren/Restauratoren Vereniging.

In 2003 is door E.C.C.O. een Ethische Code opgesteld als richtlijn voor de professionele restaurator/conservator. Deze code is door Restauratoren Nederland (RN) vertaald en bepaalt de gedragsregels waaraan de leden van RN verklaren zich te houden. Ook de Restauratoren Vereniging Noord onderschrijft deze Code.

 

E.C.C.O. RICHTLIJNEN VOOR HET BEROEP (II).

 

l. Algemene principes voor de toepassing van de Code

 Artikel 1: De Ethische Code omvat de principes, verplichtingen en gedrag waarnaar alle restauratoren die behoren bij een lid-organisatie van E.C.C.O. moeten streven bij de uitoefening van hun beroep.

Artikel 2: Het beroep van restaurator is een activiteit voor het algemeen belang en moet worden uitgeoefend met inachtneming van alle nationale en Europese wetten en overeenkomsten, in het bijzonder die betreffende gestolen bezit.

Artikel 3: Restauratoren werken direct aan cultureel erfgoed en zijn persoonlijk verantwoording verschuldigd aan aan de eigenaar, aan het erfgoed en aan de maatschappij. Restauratoren hebben het recht om zonder belemmeringen van hun vrijheid en onafhankelijkheid hun werk te doen. Restauratoren hebben het recht om onder alle omstandigheden een verzoek te weigeren waarvan zij geloven dat het ingaat tegen de voorwaarden of de geest van deze Code. Restauratoren hebben het recht om te verwachten dat alle relevante informatie betreffende een restauratieproject (hoe groot of klein ook) aan hen gegeven is door de eigenaar of beheerder.

Artikel 4: Het niet naleven van de principes, verplichtingen en verboden van de Code betekent onprofessioneel uitoefenen van de praktijk en zal het beroep in diskrediet brengen. Het is de verantwoordelijkheid van iedere nationale beroepsgroep om zich ervan te verzekeren dat haar leden voldoen aan de geest en de letter van de Code, en dienen actie te ondernemen als blijkt dat mensen zich daar niet aan houden.

II. Verplichtingen tegenover het cultureel erfgoed

Artikel 5: Restauratoren moeten respect hebben voor de esthetische, historische en spirituele betekenis en de fysieke integriteit van het cultureel erfgoed dat aan hen is toevertrouwd.

Artikel 6: Restauratoren moeten, samenwerkend met andere professionele collega’s die zich bezig houden met cultureel erfgoed, rekening houden met de vereisten van het maatschappelijk nut, terwijl ze het cultureel erfgoed behouden.

Artikel 7: Restauratoren moeten werken volgens de hoogste maatstaven, ongeacht enig idee van de marktwaarde van het cultureel erfgoed. Hoewel omstandigheden de omvang en mate van hun werk kunnen beperken, mag het respect voor de Code niet worden aangetast.

Artikel 8: De Restaurator moet alle aspecten van preventieve conservering overwegen alvorens fysiek werk op het cultureel erfgoed uit te voeren en moet de behandeling beperken tot dat wat noodzakelijk is.

Artikel 9: De Restaurator moet er naar streven om alleen producten, materialen en procedures te gebruiken die, naar het huidige kennis niveau, niet schadelijk zijn voor het cultureel erfgoed, het milieu of de mensen. De ingreep zelf en de gebruikte materialen moeten - als dat mogelijk is – geen enkel toekomstig onderzoek, behandeling of analyse belemmeren. Ingrepen moeten ook compatibel zijn met de materialen van het cultureel erfgoed en zoveel als mogelijk is reversibel zijn.

Artikel 10: De conserverings- en restauratiebehandeling van cultureel erfgoed moet worden vastgelegd in woord en beeld en moet verslagen bevatten van het diagnostisch onderzoek, van elke interventie op het gebied van conservering/restauratie en van andere relevante gegevens. In het rapport moeten ook alle namen staan van degenen die het werk hebben uitgevoerd. Een kopie van het rapport moet worden overhandigd aan de eigenaar of beheerder van het cultureel erfgoed en moet toegankelijk blijven. Het verslag blijft het intellectueel eigendom van de restaurator en moet behouden blijven voor toekomstige verwijzing er naar.

Artikel 11: Restauratoren mogen alleen zulk werk aannemen waarvoor ze bevoegd zijn. Restauratoren mogen noch beginnen noch doorgaan met een behandeling die niet in het beste belang is van het cultureel erfgoed.

Artikel 12: Restauratoren moeten er naar streven om hun kennis en vaardigheden te verrijken met het constante doel voor ogen om de kwaliteit van hun professionele werk te verbeteren.

Artikel 13: Indien nodig of passend moet de restaurator samenwerken met andere professionals en met hen participeren in volledige uitwisseling van gegevens.

Artikel 14: In noodgevallen zullen, wanneer het cultureel erfgoed in onmiddellijk gevaar is, restauratoren alle mogelijke hulp bieden – ook indien dat buiten hun eigen specialisatie ligt.

Artikel 15: De restaurator mag geen materiaal van cultureel erfgoed verwijderen, tenzij dit onontbeerlijk is om het erfgoed te behouden of wanneer het in belangrijke mate de historische en esthetische waarde van het cultureel erfgoed aantast. Materialen die verwijderd worden, moeten zo mogelijk geconserveerd worden, indien mogelijk, en de procedure moet volledig worden gedocumenteerd.

Artikel 16: Als het maatschappelijk gebruik van cultureel erfgoed strijdig is met het behoud er van, moet de restaurator met de eigenaar of de wettig beheerder bespreken, of het maken van een reproductie van het object een passende tussenoplossing zou zijn. De restaurator moet dan de juiste reproductie procedures aanbevelen zodat het origineel niet beschadigd zal worden.

III. Verplichtingen tegenover de eigenaar of wettige beheerder

Artikel 17: De restaurator moet de eigenaar volledig informeren over iedere actie die nodig is en de meest passende methode van continue zorg specificeren.

Artikel 18: Restauratoren zijn gehouden aan de vertrouwelijkheid die hun beroep vereist. Om te verwijzen naar een identificeerbaar deel van het cultureel erfgoed moeten zij toestemming verkrijgen van de eigenaar of wettige beheerder .

Artikel 19: De restaurator mag nooit de illegale handel in cultureel erfgoed steunen en moet deze handel actief bestrijden. Als er twijfel bestaat over het legaal eigendom, moet de restaurator alle beschikbare bronnen van informatie controleren voor er enig werk aan begonnen wordt.

IV. Verplichtingen jegens collega’s en het beroep

Artikel 20: De restaurator moet de integriteit en waardigheid van collega’s respecteren, als ook die van het beroep restaurator en die van de verwante beroepen en professionals.

Artikel 21: Restauratoren moeten, binnen de grenzen van hun kennis, bevoegdheid, tijd en technische middelen, deelnemen aan de training van stagiair(e)s en assistenten.

Restauratoren zijn verantwoordelijk voor de supervisie van het werk dat aan hun assistenten en stagiair(e)s is toevertrouwd en zijn eindverantwoordelijk voor het werk dat is ondernomen onder hun supervisie. Restauratoren moeten zulke collega’s met een gevoel van respect en integriteit bejegenen.

Artikel 22: Wanneer werk (geheel of gedeeltelijk) is uitbesteed aan een andere restaurator, om wat voor reden dan ook, moet de eigenaar of beheerder steeds op de hoogte gehouden worden. De oorspronkelijke restaurator is uiteindelijk verantwoordelijk voor het werk, tenzij eerdere afspraken zijn gemaakt die daarmee in strijd zijn.

Artikel 23: De restaurator moet bijdragen aan de ontwikkeling van het beroep door ervaring en informatie te delen.

Artikel 24: De restaurator moet er naar streven om een grondiger begrip van het beroep en een groter besef van conservering en restauratie te bevorderen onder andere beroepen en het publiek.

Artikel 25: Verslagen betreffende conservering en restauratie waarvoor de restaurator verantwoordelijk is, zijn het intellectueel eigendom (afhankelijk van de voorwaarden in hun werkcontract) van die restaurator. De restaurator heeft het recht om erkend te worden als de auteur van het werk.

Artikel 26: Betrokkenheid bij de handel in cultureel erfgoed valt niet te rijmen met de activiteiten van de restaurator.

Artikel 27: Als professionele restauratoren werk aannemen dat buiten het vakgebied van conservering en restauratie valt, moeten zij er zeker van zijn dat dit niet in conflict komt met deze Code.

Artikel 28: Om de waardigheid en geloofwaardigheid van het beroep te handhaven moeten restauratoren alleen passende en informatieve vormen van publiciteit gebruiken in verband met hun werk. Bijzondere voorzichtigheid moet betracht worden met betrekking tot informatica (IT) om verspreiding van onjuiste, misleidende, illegale of onbevoegde informatie te vermijden.